K*t

Vanmorgen werd ik wakker en besefte mij wat vier maanden met een mens kan doen. Ik werd wakker en ik was trots en tevreden, vooral trots omdat ik gegroeid ben.

Terug naar plus minus zes maand terug. Ik had regelmatig terugvallen in oud gedrag. Geen ernstig gedrag maar voor mij als persoon wel schadelijk. Ik begon een patroon te herkennen en heb dit besproken met mijn therapeut. We keken naar een paar voorvallen, iemand waar ik van hield overleed, mijn moeder die mij in de steek liet. Ik voelde me echt ontzettend kut.

 

Dat woordje kut, dat was echt alles voor mij, ik kon dat woord gebruiken voor iets wat slecht voelde, maar hoe het daadwerkelijk voelde wist ik niet. Dat was voor een ander altijd maar gissen. Had ik griep? Was ik verdrietig of bang? Had ik gewoon een chagrijnige dag? Ik kon het niet duidelijk maken en de ander kon het onmogelijk raden. En ondanks ik, als ik goede zin heb, flink kan ouwehoeren ben ik zeker geen prater.

Ik heb met therapie in een aantal sessies geleerd dat ik boosheid wél herkende, ik kon mijn handen voelen trillen, ik hoorde mezelf harder praten, mijn hart gaat sneller slaan en ik voel adrenaline opkomen. Soms bijna stoom uit mijn oren haha. Daarin merkte ik lichamelijke sensaties wat mij wees dat ik kwaad was. Maar hoe zat dat nou met verdriet? Met bang zijn? Dit was en is voor mij best moeilijk te ontdekken. En omdat ik dat gevoel niet herken en niet weet hoe ik daarmee om moet gaan, ben ik dingen gaan doen waardoor ik helemaal niet hoefde te voelen.

Toen ik eenmaal op de hoogte was van het feit dat, ook ik, soms verdrietig mag zijn. Toen kwam dat moment dat ik het herkende en ook bewust was dat ik even door het gevoel heen moest. Ik moest gewoon even voelen, even het gevoel laten. Ik stond in de keuken en dacht help wat voelt dit raar. Ik kreeg een knoop in mijn maag. Ik voelde me even heel klein en verloren. Maar ik voelde tenminste iets. En ook een verdrietig gevoel kon ik lichamelijk herkennen. Na een paar minuten kreeg ik controle over dit gevoel. Ik kon én iets voelen én ik kon het handelen. Wauw.

Toen kwam dat moment. Acht november. Vanaf die dag ben ik niet meer terug gevallen in oude patronen. Ook al weet ik soms nog steeds niet helemaal precies wat ik voel, ik vertrouw mezelf erop dat ik dat gevoel wel aankan en het straks weer beter gaan. Ik kan mensen om mij heen ook steeds beter laten weten wat ik voel.
Ik heb afgelopen week tijdens een paardencoach-sessie tegen de coach durven zeggen dat ik heel erg bang was. Oke eerlijk toegegeven, dat ging niet zo makkelijk als het nu klinkt, ik heb eerst een half uur dodende blikken af zitten geven naar iedereen die mijn blik maar kruiste maar hey, ik boek vooruitgang😅

Voor meer blog ga naar Facebook

 

Pleegzorg gaf mij kansen

We rijden de oprit op, ergens aan de rand van een industrieterrein. Aan de overkant van de weg lopen paarden in de wei, en een grote hond komt ons tegemoet zetten, nieuwsgierig wie daar nou weer aan zouden komen. Ja ik was het, en hij zou mij de komende tijd nog wel vaker zien daar. Maar ik ben in ieder geval al erg blij dat ik hier dieren om mij heen heb.

 

“Nou Willemijn, nu gaat het echt beginnen" zei mijn begeleider tegen mij.

"Maar het zijn vast echt hele lieve mensen, en je zal hier snel op je plek zijn. Het komt allemaal wel goed!”

 

Daar komt al een vrouw aan lopen, een lieve vrouw, dat is mijn eerste indruk. “Hee Willemijn, welkom, daar ben je dan!” Ze geeft me een hand en stelt zich voor: Diny is haar naam. We pakken mijn tassen uit de auto en lopen naar binnen. “Zet de tassen maar even in de gang, dan drinken we eerst een lekker kopje thee, en laat ik je zo je kamer zien.”

 

We lopen de keuken binnen, een oude maar gezellige keuken, echt zo’n keuken die past bij dit huis. Wat veroudert, maar nog in  prima staat. Overal hangen kleurplaten, en ze vertelt me vol trots dat die van haar kleinkinderen zijn die hier ook regelmatig over de vloer komen. “Neem lekker plaats, dan schenk ik een kopje thee voor jullie in. Mijn man zal zo ook wel thuis komen, die heeft nog een vrijdagmiddagborrel hierachter op de zaak.”

 

Met een kopje thee voor mij op tafel luister ik naar Diny. Ze vertelt me wat dingetjes over hoe alles gaat bij ze, maar dat ik daar zelf ook nog wel achter komen zal. Dan is het tijd voor mijn begeleider om te gaan. Nu moet ik het zelf doen, alleen bij deze mensen die ik nog nauwelijks ken, maar die mij wel een veilige plek willen geven. Een plek waar ik aan mijzelf kan werken, en kan groeien tot iemand die ik graag zou willen zijn.

 

Nadat we mijn begeleider hebben uitgezwaaid, pakken we mijn tassen en gaan naar boven, naar mijn kamer. De tweede deur links is mijn kamer. De kamer tegenover mijn slaapkamer is de kamer van mijn pleegbroer, en tussen ons in zit de badkamer. “Nou, dan zetten we de tassen op je kamer, kan je alles lekker een plekje geven, en even settelen. Over een uurtje heb ik het eten klaar, maar dan roep ik je wel. En als je eerder naar beneden wil komen mag dat natuurlijk ook, kijk maar wat je doet.”

 

Daar zit ik dan, op de rand van het bed. Hoe zou het thuis gaan? Zullen ze me al missen, of zijn ze juist blij dat ik weg ben? Wil ik dit wel, weg bij mijn ouders, mijn broer en mijn zusje? Mijn begeleider zei dat dit goed is voor mij. Ik zit namelijk al jaren lang in die slechte thuissituatie. Nu kan ik me eindelijk ontwikkelen, mijn doelen bereiken, en in de praktijk toepassen wat ik in therapie heb geleerd. Thuis kreeg ik daar helaas de kans niet voor.

 

Maar waarom?! Waarom ik, waarom dit, waarom zo… Ik val huilend op mijn kussen neer en zo heb ik even gelegen.

 

“Willemijn, we gaan eten!” roept Diny naar boven. Ik loop naar beneden. Herman, mijn pleegvader, is er ondertussen ook en hij stelt zich aan mij voor. We gaan aan tafel zitten. “Stamppot boerenkool met spekjes en worst, lust je dat?" Ze zet de pan op tafel en ik knik. Niemand kan dit zo lekker maken als mijn moeder natuurlijk, maar misschien moet ik het een kans geven. Misschien moet ik alles een kans geven. Ik ga hiervoor, en zie wel hoe het af loopt. Want één ding weet ik wel, hier aan tafel is het al veel gezelliger dan bij mij thuis aan tafel.

Ervaringsverhaal van Mandy

Te lui om de post open te maken

Ik keek de vrouw die tegenover me zat nog eens goed aan. heb ik dat nu goed gehoord? Ik zie dat ze wat opschrijft en ik lees stiekem mee. Ja. Het staat er écht. Reden voor aanvraag van de schuldsanering: Te lui om de post open te maken.
Meteen klopt mijn hart in mijn keel. Ik voel tranen prikken en weet niet of ik nu boos ben of vet verdrietig. Wát een *?!@ Stik maar met die ‘hulp’ verlening.

Mijn jeugd was turbulent, weet je. Als dochter van een verslaafde moeder was mijn thuissituatie ‘onveilig’. In mijn puberteit belande ik dan ook in de jeugdzorg en internaten.
Daar kreeg ik al gauw te horen dat ik onhandelbaar was. Zou je niet? Elke 8 uur weer een ander gezicht dat je komt vertellen wat je allemaal anders moet doen. En waarom? Omdat mijn moeder niet voor me kan zorgen? Stik maar met die ‘hulp’ verlening.

Toen ik als 18 jarige, als klap op de vuurpijl op straat werd geknikkerd omdat ik niet meer onder de jeugdzorg viel was de koek wel op. Ik raakte verslaafd en raakte in een worsteling met mezelf. Post open maken? Nee, daar was ik echt niet mee bezig.

 

Na 2 jaar vechten kwam ik uiteindelijk in aanraking met Team ED. In eerste instantie was ik verbaasd dat ik blijkbaar niet de enige was die soortgelijke dingen had meegemaakt. Voor het eerst voelde ik me begrepen. Gezien. Al die tijd had ik gewoon alleen maar iemand nodig die wist wat ik door maakte. Een beetje begrip, snap je? Ik voelde me weer mens en niet een of andere verschoppeling.
Nu weet ik dat overal een oplossing voor is en je mag zijn wie je bent.
Ik heb misschien nog een lange weg te gaan, maar 1 ding weet ik zeker. De volgende keer dat ik moet uitleggen waarom ik mijn post niet open maakte neem ik mijn ED mee. 😉

Geschreven door Mandy & Lisa